Provincie heeft zich actief ingezet om de afvaloven te realiseren – Handhavende rol is uitgespeeld

Een interne onderzoekscommissie van de provincie heeft zich gebogen over de rol van de provincie bij het tot stand komen van de afvaloven in Harlingen. Hieruit kan geconcludeerd worden dat de provincie zichzelf als handhaver juridisch buitenspel heeft gezet door actief mee te helpen om de realisatie van de afvaloven tot stand te brengen. Zo heeft de provincie meegeschreven bij de aanvraag van de milieuvergunning. De commissie meldt: “In de tien maanden tussen de eerste indiening en de laatste aanvulling heeft de provinciale organisatie veel tijd en moeite gestoken in het adviseren van Omrin bij het opstellen van de aanvraag voor de vergunning, en daarbij ook actief geholpen.”
Het is daarom niet verwonderlijk dat de provincie destijds vele malen naar voren bracht dat het een goede milieuvergunning was waar niets op aan te merken viel. Echter de hulp van de provincie heeft niet voorkomen dat de Raad van State op belangrijke en cruciale punten de milieuvergunning vernietigde. Waarop wrang kan worden vastgesteld dat die vergunning dus niet zo goed was als Omrin en de provincie deden voorkomen.

Ook heeft de provincie eerst zelf geprobeerd een subsidie te verstrekken voor de afvaloven. Toen dat niet kon is er door de provincie actief gelobbyd in Den Haag om alsnog geld los te krijgen. Er is vervolgens 6 miljoen euro subsidie verstrekt.

Doordat gedeputeerden, veel ambtenaren en externe deskundigen bezig zijn geweest Omrin te helpen de afvaloven te realiseren kan zo langzamerhand de vraag worden gesteld of er niet sprake is van een oneigenlijk concurrentievoordeel. Vanuit de afvalbranche wordt hiernaar al sceptisch gekeken.

Door de actieve houding van de provincie heeft Omrin geen enkel risico gelopen toen ze al begon te bouwen terwijl nog niet alle vergunningen rond waren. Omrin speelde naar buiten toe blufpoker maar kon rekenen op een provincie die toch niet zou handhaven. Die houding is tot nu aan toe zichtbaar. Immers de Raad van State heeft de provincie op de vingers getikt omdat men Omrin ten onrechte geen vergunning liet aanvragen voor de natuurbeschermingswet. Na de uitspraak draait de afvaloven gewoon door zonder die vergunning. De provincie legt geen enkele druk op Omrin om die vergunning alsnog aan te vragen. Hetzelfde geldt voor de administratie van Omrin, waarvan de provincie had geconstateerd dat deze niet klopte. Er is vanaf de start niet duidelijk wat er precies de afvaloven ingaat. De provincie grijpt echter niet in en laat de dingen op haar beloop.

De conclusie uit het rapport van de commissie is dat de provincie zichzelf het onmogelijk heeft gemaakt daadwerkelijk te handhaven. De provincie was aanvrager van de subsidie voor de afvaloven, schrijfhulp voor Omrin bij de aanvraag van de milieuvergunning, en aanspreekpunt voor de onafhankelijke MER-commissie. Vanuit die positie moest de provincie handhaven. De commissie zegt hierover: “de provincie beperkte zich niet tot de wettelijke rol van de provincie.” En als de handhaver van de wet dat niet doet is het hek wel zo’n beetje van de dam.

Klik hieronder voor het volledige rapport van de interne onderzoekscommissie van de provincie

evaluatie proces provincie vergunning verlening

 

Dit bericht is geplaatst in Uncategorized. Bookmark de permalink.